Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.2.2. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132.
Ik liep 17 mei 2010 samen met mijn vriendin, genaamd [betrokkene], over het winkelcentrum Oosterhof aan de Poolsterstraat in Rotterdam. Op een gegeven moment kwam ik een jongen tegen die ik ken als [verdachte]. [verdachte] pakte mij ineens beet en wurgde mij. Ik bedoel hiermee dat [verdachte] mijn hoofd naar beneden trok. Met een arm hield hij mijn hoofd in een klem. Op dat moment vielen wij op de grond. Op het moment dat ik op de grond lag, voelde ik dat ik hard geschopt werd. Ik voelde dit voornamelijk op mijn hoofd, rug en nek. Op een gegeven moment hoorde ik een harde knak en voelde ik dat er iets niet goed was met mijn nek. Aan de aangever werd een foto getoond voorzien van het fotonummer PL17FO:06:04068. Wij hoorden de aangever zeggen: 'Ja, dat is hem, dat is [verdachte]'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f9cbff070af8af7e9428b794e233f62058af137268e74f635faafa35d29d7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f9cbff070af8af7e9428b794e233f62058af137268e74f635faafa35d29d7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 7909 tot 8711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f9cbff070af8af7e9428b794e233f62058af137268e74f635faafa35d29d7b5 | shasum -a 256