Citaat | Hoge Raad 26 november 2013

Onder 4.2. Hoge Raad 26 november 2013

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1430.

In zo een vernietiging wat betreft de strafoplegging zijn echter – anders dan wanneer mede wordt vernietigd ten aanzien van de bewezenverklaring – niet begrepen de beslissingen als bedoeld in art. 361 Sv omtrent een vordering van de benadeelde partij, nu de beslissingen omtrent die vordering worden bepaald door de civielrechtelijke rechtsverhouding tussen de verdachte en de benadeelde partij. Dit brengt mee dat ook wanneer de vordering van de benadeelde partij in het vernietigde arrest (gedeeltelijk) niet is toegewezen, die beslissing niet is begrepen in de vernietiging 'uitsluitend wat betreft de strafoplegging'. Een en ander sluit aan bij de omstandigheid dat de benadeelde partij wier vordering (gedeeltelijk) niet is toegewezen, bevoegd is om op de voet van art. 437, derde lid, Sv een schriftuur in te dienen ingeval cassatieberoep is ingesteld tegen de desbetreffende uitspraak. Voor de duidelijkheid wijst de Hoge Raad erop dat van deze beslissingen omtrent een vordering van de benadeelde partij moeten worden onderscheiden de beslissingen omtrent het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr. Voor de beslissingen omtrent het opleggen van een dergelijke maatregel geldt hetgeen hiervoor in 4.1 is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dc714eb71d0c383538136aaa49191554b579ef7fa9fa0f575ed2cd70615a467. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dc714eb71d0c383538136aaa49191554b579ef7fa9fa0f575ed2cd70615a467, en de alinea staat in dat document op bytes 11900 tot 13184.