Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013

Onder 2.2.2. Hoge Raad 2 juli 2013

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150.

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor de onder feit 1 en 2 ten aanzien van [slachtoffer 1] ten laste gelegde gedragingen. De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten aanzien van [slachtoffer 1] ten laste gelegde gedragingen. De verdediging heeft op in de pleitnota nader uiteengezette gronden bepleit, dat de verdachte van hetgeen hem met betrekking tot [slachtoffer 1] ten laste is gelegd zal worden vrijgesproken. Kort samengevat heeft de verdediging aangevoerd dat noch uit de verklaringen van [slachtoffer 1] zelf, noch uit overige onderzoeksgegevens kan blijken dat de verdachte op strafbare wijze betrokken is geweest bij het werk van [slachtoffer 1] in de prostitutie. Er zijn geen aanwijzingen dat de situatie waarin [slachtoffer 1] heeft verkeerd, afwijkt van die waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. [slachtoffer 1] heeft zelf voor dit werk gekozen en had daarmee op ieder moment kunnen stoppen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75, en de alinea staat in dat document op bytes 46427 tot 47411.