Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.2.2. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150.
[slachtoffer 1] heeft aanvankelijk gedurende het opsporingsonderzoek geen verklaringen willen afleggen. Als getuige gehoord door de rechter-commissaris op 29 juni 2009 heeft zij - kort gezegd - verklaard dat zij, reeds voordat zij een relatie met de verdachte kreeg, vrijwillig in de prostitutie werkte en dat de verdachte nooit van invloed is geweest op dit werk. Pas op 14 december 2010, een jaar na het wijzen van het vonnis waarvan beroep, heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan tegen de verdachte. Zij heeft op achtereenvolgens 14 december 2010 en 13 januari 2011 uitgebreide verklaringen afgelegd tegenover de politie. Op 28 maart 2011 is [slachtoffer 1] vervolgens als getuige ter terechtzitting in hoger beroep gehoord. In dit verhoor heeft zij verklaard dat zij eerder ten overstaan van de rechter-commissaris niet de waarheid heeft verteld, maar in haar verklaringen tegenover de politie in 2010 en 2011 wél.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75, en de alinea staat in dat document op bytes 47514 tot 48459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75 | shasum -a 256