Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.2.1. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150.
Ik ben begin 2004 op de Wallen in de prostitutie terecht gekomen. Dit is via [verdachte] gegaan. Het werk in de prostitutie is eind 2003, begin 2004 in een gesprek aan de orde gekomen. Ik woonde toen nog in Hengelo. Ik herinner mij nog een gesprek bij een vriend van [verdachte], [betrokkene 1], in Voorburg. Dit was het eerste gesprek over dit onderwerp. Tijdens het gesprek begon [verdachte] over het werk dat zijn broer met zijn vriendin deed en dat ze hiermee veel geld verdienden. Hij vroeg mij of ik dat ook wilde doen voor onze toekomst. Ik heb dit toen geweigerd. [verdachte] zei toen dat hij dan een ander meisje had die het wel voor hem wilde doen. Het idee dat een ander meisje het werk voor hem wilde doen kon ik niet verdragen. Ik was zo verliefd op hem en wilde altijd bij hem zijn. Ik was naïef en vooral bang om hem kwijt te raken. Ik heb zijn voorstel niet met andere mensen besproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75, en de alinea staat in dat document op bytes 13562 tot 14478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75 | shasum -a 256