Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.2.1. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150.
In het begin woonde ik nog niet bij [verdachte]. Ik gaf dan het geld aan [betrokkene 2]. Dit was gedurende de eerste maanden zo. Dat was mij opgedragen door [verdachte]. Ik ging er vanuit dat [betrokkene 2] het geld aan [verdachte] zou geven. Dat was mij verteld. Later gaf ik het geld direct aan [verdachte] zelf. Ik hield 20 of 30 euro per keer om drinken en sigaretten te kunnen kopen. De rest ging naar [verdachte]. Hij zou het geld sparen voor onze toekomst. Dat ging zo bij de andere meiden, dus bij ons ook. Zo is het altijd gegaan. Ik weet niet wat er gebeurde met het geld dat [verdachte] voor ons spaarde. Soms vroeg ik wel eens hoe veel het was. Dan kreeg ik een bedrag te horen van zo'n 50 tot 60 duizend euro. Ik heb nooit gevraagd waar hij het bewaarde. Ik vertrouwde [verdachte]. Ik had het met [verdachte] wel eens over hoeveel ik verdiend had. Als het veel geld was, dan was hij blij. Als het weinig geld was wilde hij weten hoe het kwam. Hoe meer geld ik mee naar huis bracht, hoe liever hij was. Hij heeft wel eens gezegd dat hij dacht dat ik geld achterhield, maar dit deed zich niet vaak voor. Immers, er werd bijna nooit echt weinig geld verdiend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75, en de alinea staat in dat document op bytes 15985 tot 17167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13445f074672d8d190d687c20fc96d58924d29682de1f235dd5e498491ddee75 | shasum -a 256