Citaat | Hoge Raad 10 december 2013
Onder 2.3. Hoge Raad 10 december 2013
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1744.
In een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] op 18 november 2008 te 23:11 uur heeft [medeverdachte 2] gezegd dat hij die Turken heeft gesproken en dat ze bij hem aan de deur zijn geweest. [betrokkene 1] zegt dat als die lui weer komen, [medeverdachte 2] opslag moet vragen. Hierop antwoordt [medeverdachte 2] dat er weer gedokt moet worden: er moet minimaal € 10.000,- bij. Verder wordt gesproken over de voorbereiding. [medeverdachte 2] zegt dat ze er heel lang mee bezig waren. [betrokkene 1] zegt daarop dat 'hun alles uit hadden moeten zoeken en dan pas moet jij komen'. Nadat [betrokkene 1] is geconfronteerd met dit OVC gesprek waarin zij spreekt over 'Turken aan de deur', heeft zij verklaard daarmee te bedoelen dat [medeverdachte 3] [medeverdachte 2] op kwam halen om hem naar verdachte te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc66fd79dc143ad731329f0f45ede446014795728f9557d34ce65d18fac8d83b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc66fd79dc143ad731329f0f45ede446014795728f9557d34ce65d18fac8d83b, en de alinea staat in dat document op bytes 9571 tot 10414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc66fd79dc143ad731329f0f45ede446014795728f9557d34ce65d18fac8d83b | shasum -a 256