Citaat | Hoge Raad 20 december 2013

Onder 3.6.2. Hoge Raad 20 december 2013

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1775.

Artikel 21, lid 3, van de Zesde richtlijn staat de lidstaten toe maatregelen vast te stellen op grond waarvan een andere persoon dan de belastingschuldige hoofdelijk verplicht wordt tot voldoening van de belasting. Daarbij moeten de lidstaten de algemene rechtsbeginselen die deel uitmaken van de rechtsorde van de Unie, met name het rechtszekerheids- en het evenredigheidsbeginsel, naleven. In dit kader is het legitiem dat de maatregelen van een lidstaat de rechten van de schatkist zo doelmatig mogelijk proberen te beschermen, mits zij niet verder gaan dan wat daartoe noodzakelijk is. Daarbij verzet het recht van de Unie zich niet ertegen om van de desbetreffende andere persoon dan de schuldenaar van de btw te verlangen dat hij alles doet wat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd om ervoor te zorgen dat hij door de handeling die hij verricht, niet betrokken raakt bij belastingfraude (zie HvJ EU 21 december 2012, C-499/10, Vlaamse Oliemaatschappij NV (VOM), LJN BU9828, V-N 2012/8.24, punten 19-22 en 25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d41697b75cc9f218a196ea02ef88a79736b01895329021be87e93becf9e50ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d41697b75cc9f218a196ea02ef88a79736b01895329021be87e93becf9e50ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 21257 tot 22292.