Citaat | Hoge Raad 17 december 2013
Onder 2.2.2. Hoge Raad 17 december 2013
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1964.
"Ik kende [verdachte] niet voordat ik met hem heb gesproken in het huis van bewaring. Ik had hem nog nooit eerder gezien. U houdt mij voor dat ik heb verklaard dat [verdachte] tegen mij heeft gezegd dat hij 'de Sjaak' zou zijn als hij zou bekennen. Dat is mogelijk. Ik heb verklaard dat [verdachte] tegen mij heeft gezegd: 'Ik was de bestuurder'. Het zou kunnen dat ik heb verklaard dat [verdachte] heeft gezegd dat hij had gereden en dat de andere jongen achterop zat. De raadsman vraagt mij of wat ik verklaard heb de letterlijke bewoordingen waren van [verdachte] of dat het daarop neer kwam. Ik weet dat niet meer. Ik weet waar [verdachte] naar toe wilde met zijn verhaal, namelijk dat hij op de scooter zat en dat hij had gereden. Dat is wat hij heeft gezegd. Ik herinner me in dikke lijnen dat [verdachte] heeft verklaard dat hij de scooter had bestuurd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ca72f3c74cef3675235c261a79c34ce0923429e7bcaad94c99be26416a91d82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ca72f3c74cef3675235c261a79c34ce0923429e7bcaad94c99be26416a91d82, en de alinea staat in dat document op bytes 30290 tot 31164.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ca72f3c74cef3675235c261a79c34ce0923429e7bcaad94c99be26416a91d82 | shasum -a 256