Citaat | Hoge Raad 17 december 2013
Onder 2.4.2. Hoge Raad 17 december 2013
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2001.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch uit de aan dat proces-verbaal van de terechtzitting gehechte pleitaantekeningen blijkt dat door of namens de verdachte is aangevoerd dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit eigen misdrijf, terwijl uit de door het Hof gebezigde bewijsvoering, zoals is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8, evenmin rechtstreeks voortvloeit dat het geldbedrag afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Dat betekent dat voormelde nadere motiveringseisen in de onderhavige zaak niet van toepassing zijn en dat het middel, dat blijkens de toelichting steunt op de opvatting dat het voorhanden hebben van enig uit misdrijf verkregen goed gericht moet zijn op het uit het zicht houden van dat voorwerp voor politie en justitie, faalt nu die opvatting geen steun vindt in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5894e54f49aa413947d5738cfbe475585e456ec5fd42658263a9feabdc4758ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5894e54f49aa413947d5738cfbe475585e456ec5fd42658263a9feabdc4758ca, en de alinea staat in dat document op bytes 11759 tot 12664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5894e54f49aa413947d5738cfbe475585e456ec5fd42658263a9feabdc4758ca | shasum -a 256