Citaat | Hoge Raad 17 december 2013

Alinea 36 Hoge Raad 17 december 2013

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2002.

3.4.3. Voor zover het middel berust op de opvatting dat in een geval als het onderhavige "de rechter dan wel het (grond)misdrijf waaraan de verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt zoveel mogelijk dient te concretiseren voor wat betreft plaats, tijd en door de verdachte verrichte handelingen", stelt het een eis die het recht niet kent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd4f0976c488e48d442c9ef1c100f9ca092520e799f4f1f1dc6479a86e98c0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd4f0976c488e48d442c9ef1c100f9ca092520e799f4f1f1dc6479a86e98c0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 15755 tot 16108.