Citaat | Hoge Raad 20 december 2013
Onder 3.5.1 Hoge Raad 20 december 2013
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2049.
In het onderhavige geval heeft het hof vastgesteld dat de mediation tussen partijen niet is geëindigd met een (eind)overeenstemming als bedoeld in art. 4.5, tweede bullet . Aan de totstandkoming van een bindende tussentijdse afspraak als bedoeld in art. 4.5, eerste bullet , zijn de hiervoor in 3.4 onder (i) tot en met (iii) vermelde vormvereisten gesteld. Die vormvereisten strekken ertoe voor partijen buiten twijfel te stellen dat, in afwijking van het niet verplichtende en vrijblijvende karakter van de mediation, sprake is van een hen bindende tussentijdse afspraak. In dit licht zijn de vereisten dat de mediator de schriftelijke vastlegging van een bindende tussentijdse afspraak ‘voor gezien’ mee ondertekent en dat in die schriftelijke vastlegging wordt vermeld dat partijen aan de afspraak juridisch worden gebonden, erop gericht dat de mediator – als deskundige begeleider van de mediation – voor partijen kenbaar ‘bezegelt’ dat geen sprake is van slechts een (werk)afspraak in het proces naar een nog te bereiken bindende overeenstemming, maar van een tussentijdse afspraak waaraan partijen ook na beëindiging van de mediation zonder dat algehele (eind)overeenstemming is bereikt, juridisch gebonden blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877, en de alinea staat in dat document op bytes 22972 tot 24290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877 | shasum -a 256