Citaat | Hoge Raad 20 december 2013
Onder 3.7 Hoge Raad 20 december 2013
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2049.
Aan het slot van rov. 3.4 heeft het hof geoordeeld dat, voor zover de mediationovereenkomst is aan te merken als een bewijsovereenkomst (in de zin van art. 153 Rv), een beroep op art. 4.5 daarvan dan wel op de in de overeenkomst vervatte geheimhoudingsplicht onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dus moet worden verworpen. Hiertegen komt onderdeel 2.f op. Voor zover het weergegeven oordeel voortbouwt op het oordeel van het hof over het bindende karakter van de tussentijdse afspraak, is onderdeel 2.f eveneens gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877, en de alinea staat in dat document op bytes 26554 tot 27151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877 | shasum -a 256