Citaat | Hoge Raad 20 december 2013

Onder 3.8 Hoge Raad 20 december 2013

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2049.

De klacht is gegrond. Indien de door [verweerder] gestelde overeenkomst betreffende de taxatie van zijn pand een verplichting voor de Inspecteur zou meebrengen een hem toekomende publiekrechtelijke bevoegdheid (in dit geval tot het opleggen van een belastingaanslag) op een bepaalde wijze uit te oefenen, moet de overeenkomst in zoverre aangemerkt worden als een zogenoemde bevoegdhedenovereenkomst. Een dergelijke overeenkomst heeft een gemengd (privaatrechtelijk en publiekrechtelijk) karakter. De tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter geldende bevoegdheidsverdeling brengt mee dat, indien [verweerder] naleving wenst van de voor de Inspecteur uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting tot het nemen van een bepaald besluit (het opleggen van een belastingaanslag), hij zich – na een eventueel bezwaar – tot de bestuursrechter dient te wenden, zowel indien het toegezegde besluit niet genomen wordt (vgl. art. 6:2 Awb) als indien het genomen besluit niet beantwoordt aan de overeenkomst (vgl. HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3057, NJ 2011/463).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f7445d7edb30a9e06b741abdd36454f40366d11f176892f4c23a7fed47ff877, en de alinea staat in dat document op bytes 27548 tot 28633.