Citaat | Hoge Raad 12 juli 2013

Onder 3.2.3. Hoge Raad 12 juli 2013

Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:21.

Het Hof heeft niettemin, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 13 mei 2011, nr. 10/03845, LJN BQ4291, BNB 2011/218, ambtshalve de ontvankelijkheid van de bij de Rechtbank ingestelde beroepen aan de orde gesteld. Het heeft geoordeeld dat de door belanghebbende bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Arnhem ingediende vorderingen in kort geding niet als een schriftelijke ingebrekestelling kunnen worden beschouwd. Het Hof heeft daartoe onder meer overwogen dat die vorderingen niet rechtstreeks aan de belastingdienst zijn gericht. Tevens heeft het Hof verworpen het standpunt dat van belanghebbende redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat zij de Inspecteur in gebreke stelde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75cd8dffbfa1692b3fd0a02ed24b3903407caa6d1effdb989c01aa7c19f0918a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75cd8dffbfa1692b3fd0a02ed24b3903407caa6d1effdb989c01aa7c19f0918a, en de alinea staat in dat document op bytes 10502 tot 11220.