Citaat | Hoge Raad 25 juni 2013

Onder 2.4. Hoge Raad 25 juni 2013

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:3.

In het licht van de zojuist genoemde wettelijke bepaling moeten de onder 2.2.3 weergegeven overwegingen van het Hof aldus worden verstaan dat de verbalisanten, mede gelet op de hun bekende omstandigheid dat in het Rotterdamse havengebied bij het vervoer van gevaarlijke stoffen de toepasselijke regelgeving niet voldoende werd nageleefd, aan art. 23 WED de bevoegdheid ontleenden op de tankduwbak [A] een onderzoek in te stellen, aangezien de toepassing van de in deze bepaling gegeven opsporingsbevoegdheid niet beperkt is tot de bijzondere plaatsen waar een in die wet bedoeld voorschrift vermoedelijk niet wordt nageleefd, doch het belang van de opsporing meebrengt dat bij aanwijzingen dat zo een voorschrift niet wordt nageleefd, ook vastgesteld moet kunnen worden waar zich een overtreding van dat voorschrift voordoet (vgl. HR 9 maart 1993, LJN ZC9268, NJ 1993/633).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a39c9650a3e3d0c30ec167ba7b48476f3284749dfaa4678a56b2fafd39f626e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a39c9650a3e3d0c30ec167ba7b48476f3284749dfaa4678a56b2fafd39f626e5, en de alinea staat in dat document op bytes 15726 tot 16613.