Citaat | Hoge Raad 28 juni 2013
Onder 3.1 Hoge Raad 28 juni 2013
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:36.
Onderdeel 1 klaagt dat het hof in rov. 4.2 en 4.4 heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, omdat onder de werking van de EG-Bewijsverordening in verbinding met art. 176 Rv niet als beginsel (van Nederlands procesrecht) geldt dat een in een andere lidstaat wonende getuige, die tevens partij is in een Nederlandse procedure, door de Nederlandse rechter behoort te worden gehoord. Bovendien klaagt het onderdeel dat het hof heeft miskend dat de EG-Bewijsverordening niet (uitsluitend) een faciliterende functie heeft, maar veeleer exclusiviteit beoogt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc92015b673ea2948ef0fe7c9b7b5ffa01dcacd5cf0827eaa68341e5e5df7f58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc92015b673ea2948ef0fe7c9b7b5ffa01dcacd5cf0827eaa68341e5e5df7f58, en de alinea staat in dat document op bytes 8699 tot 9275.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc92015b673ea2948ef0fe7c9b7b5ffa01dcacd5cf0827eaa68341e5e5df7f58 | shasum -a 256