Citaat | Hoge Raad 28 juni 2013
Onder 3.2 Hoge Raad 28 juni 2013
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:36.
Voor zover het onderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat de EG-Bewijsverordening exclusieve werking heeft, faalt het. Uit de hiervoor in 1 weergegeven beantwoording van de prejudiciële vraag door het HvJEU volgt dat het door het onderdeel bestreden oordeel van het hof juist is. Voor zover het onderdeel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een in een andere lidstaat wonende getuige die tevens partij is in een Nederlandse procedure, steeds door de Nederlandse rechter behoort te worden gehoord, mist het feitelijke grondslag omdat het hof dat niet heeft geoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc92015b673ea2948ef0fe7c9b7b5ffa01dcacd5cf0827eaa68341e5e5df7f58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc92015b673ea2948ef0fe7c9b7b5ffa01dcacd5cf0827eaa68341e5e5df7f58, en de alinea staat in dat document op bytes 9354 tot 9957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc92015b673ea2948ef0fe7c9b7b5ffa01dcacd5cf0827eaa68341e5e5df7f58 | shasum -a 256