Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 4.3. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:5.
In eerste instantie is in overleg met [de bank] gekozen voor een direct verkoop van de aandelen, en nog niet – zoals later zou gebeuren – door middel van een plaatsing bij [de bank]. Dit had wel tot gevolg dat elke effectentransactie gemeld moest worden bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (hierna: STE). De STE zette iedere melding op het internet en dat werd een hele lijst, aldus de medeverdachte [medeverdachte]. De medeverdachte [medeverdachte] heeft hierover verder verklaard dat daarmee een slecht signaal werd afgegeven aan de buitenwereld: dat was slecht voor de koers en het aanzien van het fonds. Bovendien nam een financieel dagblad contact op met de vraag of de medeverdachte [medeverdachte] aandelen aan het dumpen was. Zie hierover ook de verklaring van de getuige [getuige 3], werkzaam als beleggingsadviseur bij [de bank], die de lezing van de medeverdachte [medeverdachte] hierin bevestigt (V09-01, p. 3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aadb0e8fdd6adb6e794e98e2ef3716e246a2e73d2d4c75b29213bedd84c94290. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aadb0e8fdd6adb6e794e98e2ef3716e246a2e73d2d4c75b29213bedd84c94290, en de alinea staat in dat document op bytes 16894 tot 17840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aadb0e8fdd6adb6e794e98e2ef3716e246a2e73d2d4c75b29213bedd84c94290 | shasum -a 256