Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013

Onder 4.6. Hoge Raad 2 juli 2013

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:5.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de medeverdachte [medeverdachte], naast transacties op naam van [B] BV ook transacties op naam van de verdachte heeft bewerkstelligd. Het hof wijst in dit verband op de verklaring van medewerker van [de bank] [getuige 11] (V06-04), waarin deze verklaart dat de medeverdachte [medeverdachte] orders gaf ten aanzien van de verdachte en [B] BV. Voorts wijst het hof op de omstandigheid dat de verdachte zich in een telefoongesprek op 25 februari 2002 met [getuige 11] kwaad maakt over het feit dat voor zijn rekening sinds begin december 2001 (mede in de bewezenverklaarde periode en ten aanzien van de transactie op l februari 2002) effecten [A] zijn gekocht (D-281, p. 5-8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aadb0e8fdd6adb6e794e98e2ef3716e246a2e73d2d4c75b29213bedd84c94290. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aadb0e8fdd6adb6e794e98e2ef3716e246a2e73d2d4c75b29213bedd84c94290, en de alinea staat in dat document op bytes 26543 tot 27280.