Citaat | Hoge Raad 28 juni 2013
Onder 4.4. Hoge Raad 28 juni 2013
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:64.
Uit het hiervoor in 4.3 overwogene volgt dat het aan de belanghebbende wordt overgelaten om voor een bepaald voertuig de belasting te voldoen en de aangifte in te dienen, en eveneens om het tijdstip daarvan te bepalen. De wettelijke bepalingen voorzien slechts erin dat aan de belanghebbende zonder die voldoening en die aangifte de afgifte van een kentekenbewijs voor dat voertuig wordt geweigerd. Mocht met het voertuig gebruik worden gemaakt van de openbare weg zonder dat dit is geregistreerd, dan wordt BPM verschuldigd op de voet van artikel 1, lid 6, van de Wet BPM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcabeae51fd6c9dd6fc0bdbf6a81fbc7e528bdf804fed58b797e0037721c1ee6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcabeae51fd6c9dd6fc0bdbf6a81fbc7e528bdf804fed58b797e0037721c1ee6, en de alinea staat in dat document op bytes 12584 tot 13170.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcabeae51fd6c9dd6fc0bdbf6a81fbc7e528bdf804fed58b797e0037721c1ee6 | shasum -a 256