Citaat | Hoge Raad 10 september 2013
Onder 2.2. Hoge Raad 10 september 2013
Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:669.
Ter zake van [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat zij allen voor vertrek naar Nederland wisten dat zij hier in de prostitutie zouden gaan werken. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij denkt dat er aangifte is gedaan, omdat [betrokkene 2] kwaad was op hem nadat hij haar had geconfronteerd met een klacht van een klant en [betrokkene 1] boos was op de medeverdachte [medeverdachte 2] vanwege het niet ontvangen van commissie voor het regelen van [betrokkene 3].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd35b84fc138a86f1f0fef7229c177775b33ab09c4350aa98780e75f298232ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd35b84fc138a86f1f0fef7229c177775b33ab09c4350aa98780e75f298232ba, en de alinea staat in dat document op bytes 12417 tot 13001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd35b84fc138a86f1f0fef7229c177775b33ab09c4350aa98780e75f298232ba | shasum -a 256