Citaat | Hoge Raad 10 september 2013

Onder 3.4. Hoge Raad 10 september 2013

Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:669.

In eerdere rechtspraak is beslist dat de term "aanwerven" als bedoeld in die bepaling de betekenis heeft van iedere daad waardoor een persoon wordt aangeworven teneinde die persoon in een ander land tot prostitutie te brengen, zonder dat behoeft te blijken dat de wijze van aanwerving de keuzevrijheid heeft beperkt (vgl. HR 18 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1788, NJ 2000/443) en dat onder het tot prostitutie brengen mede dient te worden verstaan iedere gedraging gericht tegen een persoon ertoe strekkende deze te belemmeren in zijn vrijheid met prostitutie op te houden ongeacht de omstandigheden of deze daarbij vrijwillig betrokken is geraakt dan wel reeds eerder bij prostitutie betrokken was (vgl. HR 6 juli 1999, ECLI:NL:HR:1999:AB9475, NJ 1999/701, rov. 3.3.5). Mede gelet hierop verdient nog opmerking dat ook voor zover het oordeel van het Hof zou zijn gebaseerd op de opvatting dat "reeds gevormde wilsbesluiten van de aangeefsters" aan de toepasselijkheid van art. 273f, eerste lid onder 3°, Sr in de weg staan, dat oordeel berust op een verkeerde rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd35b84fc138a86f1f0fef7229c177775b33ab09c4350aa98780e75f298232ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd35b84fc138a86f1f0fef7229c177775b33ab09c4350aa98780e75f298232ba, en de alinea staat in dat document op bytes 23972 tot 25063.