Citaat | Hoge Raad 10 september 2013
Onder 4.3. Hoge Raad 10 september 2013
Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:673.
Bij de aanvraag is gevoegd een door [slachtoffer] in het hoger beroep in de zaak van een medeverdachte van de aanvrager ten overstaan van de Rechter-Commissaris afgelegde verklaring. In de aanvraag wordt aangevoerd dat het ernstige vermoeden bestaat dat de Rechtbank, indien zij met deze verklaring bekend zou zijn geweest, de aanvrager zou hebben vrijgesproken, nu deze verklaring op een wezenlijk punt, te weten het moment waarop zij kenbaar heeft gemaakt de seksuele handelingen niet te willen, afwijkt van haar eerder bij de politie afgelegde verklaring, die door de Rechtbank tot het bewijs is gebezigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf80267195f6607c5c6d4f68baf9934466347387eba4a97d40db176800ec4dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf80267195f6607c5c6d4f68baf9934466347387eba4a97d40db176800ec4dad, en de alinea staat in dat document op bytes 21524 tot 22146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf80267195f6607c5c6d4f68baf9934466347387eba4a97d40db176800ec4dad | shasum -a 256