Citaat | Hoge Raad 10 september 2013
Onder 4.4. Hoge Raad 10 september 2013
Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:673.
Ik stond daar [medeverdachte 1] stond voor mij en [medeverdachte 2] stond ernaast. [medeverdachte 1] deed zijn hand mijn broek. [medeverdachte 2] deed ook zijn hand in mijn broek. Aan de voorkant. Allebei aan de voorkant. Ze hebben mij allebei gevingerd. Toen pakte [medeverdachte 2] mijn hand en bracht die naar zijn piemel. [medeverdachte 2] had zijn broek los. De broeken waren in ieder geval niet uit. Ik weet niet meer precies de volgorde. Toen deed [medeverdachte 2] mijn broek/legging een beetje naar beneden. Ik weet eigenlijk niet zeker of het [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1] was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf80267195f6607c5c6d4f68baf9934466347387eba4a97d40db176800ec4dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf80267195f6607c5c6d4f68baf9934466347387eba4a97d40db176800ec4dad, en de alinea staat in dat document op bytes 22616 tot 23225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf80267195f6607c5c6d4f68baf9934466347387eba4a97d40db176800ec4dad | shasum -a 256