Citaat | Hoge Raad 10 september 2013

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 september 2013

Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:682.

In de Wet van 21 juni 1990, houdende regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met politieregisters (verder: Wet politieregisters) zoals die gold ten tijde van de onderhavige zaak, welke wet met ingang van 1 januari 2008 is vervangen door de Wet politiegegevens, was een aantal essentiële voorwaarden opgenomen waaraan de in de politieregisters opgenomen persoonsgegevens moesten voldoen. De aanlegging van een politieregister moest zijn grondslag vinden in de goede uitvoering van de politietaak (artikel 4, eerste lid, Wet politieregisters). Voorts moesten de daarin opgenomen persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor het doel van het register (artikel 4, tweede lid, Wet politieregisters). Tot slot moesten de persoonsgegevens rechtmatig zijn verkregen (artikel 4, tweede lid, Wet politieregisters).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e84df2a0d2d6aa6c154222ed92cad0e711b59e1612e868dfb07dac18be79ae63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e84df2a0d2d6aa6c154222ed92cad0e711b59e1612e868dfb07dac18be79ae63, en de alinea staat in dat document op bytes 16202 tot 17041.