Citaat | Hoge Raad 10 september 2013

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 september 2013

Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:682.

Door de raadsman van de verdachte is tijdens de zitting van 5 september 2011 onder verwijzing naar artikel 5a Wet politieregisters betoogd dat de verdachte diende te worden aangemerkt als een onverdachte persoon (Pleitaantekeningen mr. A. Moszkowicz, p. 19) en dientengevolge de persoonsgevens met betrekking tot de verdachte onder het regime van het politieregister van onverdachte personen zou vallen. Door de raadsvrouw van de verdachte, A.M.G. Wolffs, die is verschenen op de terechtzitting van 11 februari 2010 is daarentegen betoogd - in reactie op en anders dan de conclusie van de Advocaat-Generaal Machielse voor het arrest van de Hoge Raad in de onderhavige zaak (overweging 3.9) - dat de verdachte niet kon worden aangemerkt als een onverdachte persoon in de zin van artikel 5a Wet Politieregister (Pleitaantekeningen, p. 20). Het Hof zal uitgaan bij de bespreking en beoordeling van het verweer van de verdediging van het meest recent ingenomen standpunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e84df2a0d2d6aa6c154222ed92cad0e711b59e1612e868dfb07dac18be79ae63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e84df2a0d2d6aa6c154222ed92cad0e711b59e1612e868dfb07dac18be79ae63, en de alinea staat in dat document op bytes 27152 tot 28133.