Citaat | Hoge Raad 10 september 2013

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 september 2013

Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:682.

Het bij nota van wijziging voorgestelde artikel 5a vindt zijn achtergrond in een van de doelstelling en van dit wetsvoorstel. Deze doelstelling is op blz. 14 van de nota naar aanleiding van het verslag als volgt weergegeven: «Met dit wetsvoorstel wordt beoogd een grens te stellen aan het gebruik van zachte informatie in verband met de uitvoering van de politietaak in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde». Het eerste lid van artikel 5a duidt deze (onder)grens aan met behulp van het begrip «onverdachte personen». Dit begrip is niet bedoeld als wettelijke tegenpool van het verdachtebegrip van artikel 27 Sv in de zin dat daaronder worden verstaan alle personen die geen verdachte (als bedoeld in artikel 27 Sv) zijn. Tot de categorie van personen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, behoren alleen diegenen over wie de politie gegevens heeft verkregen of vergaard die duiden op betrokkenheid bij strafbare feiten, maar waaruit nog geen redelijk vermoeden voortvloeit dat zij bepaalde feiten hebben begaan. Dit betekent derhalve dat met artikel 5a geen problemen zullen ontstaan zoals die door de leden van de CDA-fractie zijn geschetst.' (Kamerstukken I, 1998-1999, 25 398, 63b, p. 6-7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e84df2a0d2d6aa6c154222ed92cad0e711b59e1612e868dfb07dac18be79ae63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e84df2a0d2d6aa6c154222ed92cad0e711b59e1612e868dfb07dac18be79ae63, en de alinea staat in dat document op bytes 31702 tot 32938.