Citaat | Hoge Raad 10 september 2013
Onder 2.4. Hoge Raad 10 september 2013
Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:686.
Als het Hof heeft geoordeeld dat de in de bewezenverklaring opgenomen passage uit de e-mail van de verdachte van dien aard is dat zij bij M.I. Hamer de onder 2.3 bedoelde vrees kon doen ontstaan, is dat oordeel, gelet op de weinig specifieke bewoordingen waarin die uitlatingen zijn gedaan, niet begrijpelijk. Voor zover het Hof die uitlatingen niet op zichzelf heeft beschouwd, heeft het bij de motivering van zijn oordeel alleen betrokken dat de bewezenverklaarde uitlatingen zijn verstuurd naar het (zakelijke) e-mailadres van Hamer en dat de verdachte bekend was met het feit dat zij een dochter heeft. Die omstandigheden vormen nog niet een toereikende motivering van zijn oordeel. Het Hof heeft immers niets naders vastgesteld omtrent de context waarin de bewezenverklaarde uitlatingen zijn gedaan, zoals de betekenis van de overige inhoud van de e-mail voor het bedreigende karakter van de bewezenverklaarde passage of het gewicht van de omstandigheid dat die uitlatingen zijn gericht tegen Hamer als landelijk bekend politicus, van wie met haar toestemming openbaar gemaakte zakelijke en persoonlijke gegevens eenvoudig te achterhalen kunnen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39c75737f7a123a311770147ad8676ed4f56295ec91733ada4cf99fec26f659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39c75737f7a123a311770147ad8676ed4f56295ec91733ada4cf99fec26f659d, en de alinea staat in dat document op bytes 18536 tot 19704.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39c75737f7a123a311770147ad8676ed4f56295ec91733ada4cf99fec26f659d | shasum -a 256