Citaat | Hoge Raad 13 september 2013

Onder 3.10 Hoge Raad 13 september 2013

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691.

Hoewel [eiser] de gevorderde rente niet heeft bestreden, had het hof daarom ambtshalve moeten onderzoeken of Richtlijn 93/13 op de overeenkomst van partijen van toepassing is en of het aan de rentevordering van [verweerder] ten grondslag liggende beding oneerlijk is in de zin van die richtlijn. Als appelrechter had het hof immers opnieuw te oordelen over de toewijsbaarheid van de in eerste aanleg afgewezen vordering van [verweerder] met inbegrip van de daarmee verband houdende nevenvorderingen, waaronder de onderhavige rentevordering. Tot dat onderzoek was het hof overigens ook verplicht geweest, zo blijkt uit het hiervoor in 3.6.3 overwogene, indien de vordering van [verweerder] in eerste aanleg was toegewezen en [eiser] in hoger beroep was opgekomen tegen die toewijzing, maar geen grief had gericht tegen het oordeel dat de contractueel bedongen rente toewijsbaar was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8d3eb728142f5aefce32ec4bc30d52199abf9bd330b6aea1503fd151a5fb3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8d3eb728142f5aefce32ec4bc30d52199abf9bd330b6aea1503fd151a5fb3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 28004 tot 28912.