Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.3. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:7.
Immers, uit de processen-verbaal opgesteld door de rechtbank, het requisitoir van de officier van justitie in eerste aanleg en de schriftelijke repliek valt niet op te maken of en in welke zin de concrete belangen van [verdachte] bij het nemen van de (verdere) vervolgingsbeslissing zijn meegewogen. Telkens wordt teruggevallen op de formele bevoegdheidstoedeling, er wordt niet erkend dat er sprake is van feitelijk gedogen, de strafvorderlijke belangen worden onderstreept en er wordt plompverloren gesteld dat de bestuurlijke aanpak zou hebben bestaan uit 'pappen en nathouden' en dus niet zou hebben gewerkt. Dit laatste is geen dragende bewering; de onderbouwing ontbreekt en de bewering is feitelijk, gelet op hetgeen Lonink, Haartsen en Valente ter zitting in hoger beroep hebben verklaard over het verzoek zijdens de gemeente om een proces-verbaal te ontvangen teneinde tot bestuursdwang over te kunnen gaan, op zichzelf ook niet aannemelijk. Het hof ziet hierin geen blijk van een redelijke en billijke belangenafweging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212, en de alinea staat in dat document op bytes 64046 tot 65088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212 | shasum -a 256