Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.4.3. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:7.
Een uitzonderlijk geval als zojuist bedoeld doet zich ook voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur (dat in de strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging). Zoals overwogen in het hierboven genoemde arrest van 6 november 2012 dienen aan het oordeel dat het openbaar ministerie om deze reden in de vervolging van een verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard zware motiveringseisen te worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212, en de alinea staat in dat document op bytes 68388 tot 69253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212 | shasum -a 256