Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.5.4. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:7.
Ten slotte wijst het middel er terecht op dat niet zonder meer begrijpelijk is waarom de door het Hof aannemelijk geachte gang van zaken bepalend zou kunnen zijn voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in deze vervolging voor zover het de onder 6, 7 en 8 tenlastegelegde feiten betreft, aangezien die feiten – kort gezegd het (met verborgen camera's) wederrechtelijk vervaardigen van afbeeldingen van personen, het gebruiken van radiozendapparaten zonder de daarvoor vereiste vergunning en het voorhanden hebben van een stroomstootwapen – niet aanstonds in verband gebracht kunnen worden met de vermeende tekortkomingen bij het toezicht op de naleving van de gedoogvergunning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212, en de alinea staat in dat document op bytes 73552 tot 74258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63e46fe9dd9b98f36283081dde1166468424b74e4008f363c8af61c3536c4212 | shasum -a 256