Citaat | Hoge Raad 24 september 2013

Onder 2.2. Hoge Raad 24 september 2013

Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:773.

Ik ben van beroep conducteur. Ik zag een jongen door de voorste geopende tram deur de tram inkomen. Ik zag dat hij rende. Ik zag meteen dat hij naar het midden van de tram holde, waarbij hij langs mij rende. Ik zag dat de jongen een Marokkaanse jongen was. Nadat die jongen in het midden van de tram was, zag ik direct drie jongens van Antilliaanse afkomst via de voordeur de tram inkomen en ik zag dat zij achter de Marokkaanse jongen aanrenden. Ik zag dat de Marokkaanse jongen zich omdraaide in de richting van de Antilliaanse jongens. Vervolgens zag ik dat de Marokkaanse jongen in de richting van de Antilliaanse jongens keek en dat hij zijn rechter arm in hun richting strekte. Ik hoorde vervolgens uit de richting van de Marokkaanse jongen een knal en ik zag bij zijn gestrekte arm vuur. Op dat moment stonden alle vier deuren van de tram open en stond de tram stil. Er waren ongeveer vijf passagiers in de tram die het voorval hebben meegemaakt. Er brak paniek uit onder mij, de bestuurder, en de passagiers."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a66cfc1fbf3e5a88d4610e4a6121af050c0b217e62cb33c1f261043cd681686d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a66cfc1fbf3e5a88d4610e4a6121af050c0b217e62cb33c1f261043cd681686d, en de alinea staat in dat document op bytes 11171 tot 12201.