Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2013

Onder 3.1.3. Hoge Raad 4 oktober 2013

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:781.

Van [T] is het schip door een bemanning in dienst van een door [A] beheerste vennootschap overgevaren naar Nederland. Na de aankomst in Nederland is op 15 december 2003 op naam en voor rekening van belanghebbende aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van het jacht. In vak 8 van het aangifteformulier is opgegeven dat belanghebbende “geadresseerde” is. Belanghebbende beschikte op dat moment over een zogenoemde aanwijzing als bedoeld in artikel 18, lid 1, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 voor de toepassing van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). In de hiervoor bedoelde douaneaangifte heeft belanghebbende kenbaar gemaakt gebruik te maken van die aanwijzing. De douane heeft het jacht – zonder inning van de verschuldigde omzetbelasting - op de voet van artikel 73, lid 1, van het Communautair douanewetboek (hierna: het CDW) vrijgegeven voor het vrije verkeer. Belanghebbende heeft de ter zake van de invoer van het jacht verschuldigde omzetbelasting in haar aangifte voor de omzetbelasting over het vierde kwartaal 2003 als verschuldigd aangegeven en dit bedrag aan omzetbelasting op dezelfde aangifte in aftrek gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f, en de alinea staat in dat document op bytes 9074 tot 10283.