Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2013

Onder 3.3.1. Hoge Raad 4 oktober 2013

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:781.

Het Hof heeft uit de aangevoerde feiten en omstandigheden afgeleid dat het jacht bij binnenkomst in Nederland ter beschikking stond van [A], door hem ook feitelijk werd gebruikt, dat belanghebbende, anders dan als verhuurder, geen enkel belang meer had bij het (gebruik van het) jacht, alsmede dat belanghebbende de invoer van het jacht in opdracht van [A] heeft gedaan. Daarvan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat het jacht bij de invoer voor [A] was bestemd in de zin van artikel 23 van de Wet. Hieraan heeft het Hof de conclusie verbonden dat belanghebbende het bepaalde in artikel 23 van de Wet ten onrechte heeft toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f, en de alinea staat in dat document op bytes 13661 tot 14305.