Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2013
Onder 3.3.3. Hoge Raad 4 oktober 2013
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:781.
Ingevolge artikel 23, lid 1, van de Wet wordt in afwijking van artikel 22 van de Wet de belasting ter zake van de invoer van goederen, bestemd voor aangewezen ondernemers en lichamen in de zin van de AWR, andere dan ondernemers, geheven van die ondernemers en lichamen. Uit de wetsgeschiedenis moet worden afgeleid dat de wetgever met deze regeling heeft beoogd voor de heffing van omzetbelasting de gebruikelijke douaneprocedure achterwege te laten en de omzetbelasting te innen bij de ontbieder van de goederen (MvT, Kamerstukken II 1967/1968, 9324, p. 25 en 36). Met artikel 23, lid 1, van de Wet heeft de Nederlandse wetgever vanaf 1979 gebruik gemaakt van de door artikel 23, tweede alinea, van de Zesde richtlijn (thans: artikel 211 van BTW-richtlijn 2006) aan lidstaten geboden mogelijkheid in het bijzonder te bepalen dat met betrekking tot de invoer van goederen die wordt verricht door belastingplichtigen of tot betaling van belasting gehouden personen, dan wel door bepaalde categorieën daarvan, de uit hoofde van de invoer verschuldigde btw niet wordt betaald op het tijdstip van de invoer, “mits deze belasting als zodanig wordt vermeld in een, overeenkomstig de bepalingen van artikel 22, lid 4, ingediende aangifte”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f, en de alinea staat in dat document op bytes 15013 tot 16265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f | shasum -a 256