Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2013
Onder 3.4.3. Hoge Raad 4 oktober 2013
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:781.
In dit verband wordt het volgende vooropgesteld. Ingevolge artikel 22, lid 1, van de Wet wordt de ter zake van de invoer verschuldigde omzetbelasting op de voet van artikel 22a, lid 1, van de AWR in samenhang gelezen met artikel 221, lid 1, van het CDW door de douaneautoriteiten bij wege van uitnodiging tot betaling geheven. De goederen waarop de aangifte voor het vrije verkeer betrekking heeft, worden door de inspecteur slechts vrijgegeven indien het geheven bedrag is betaald of indien daarvoor zekerheid is gesteld. Het vorenstaande geldt niet bij toepassing van artikel 23 van de Wet. Voor dat geval is de belastingplichtige na aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer gehouden de ter zake van de invoer verschuldigde omzetbelasting op de voet van artikel 19 van de AWR binnen één maand na het einde van het tijdvak overeenkomstig de aangifte voor de omzetbelasting aan de ontvanger te betalen. Het belang van het bepaalde in artikel 23 van de Wet is derhalve beperkt tot de wijze van heffing en het tijdstip waarop de ter zake van de invoer verschuldigde omzetbelasting moet worden betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f, en de alinea staat in dat document op bytes 18690 tot 19815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7540ced00d75bcaa213998d95fbe85360de4de4f2fb7339e35694af62ff541f | shasum -a 256