Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2013

Onder 3.5. Hoge Raad 15 oktober 2013

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:962.

Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ccd9952eb351b7a1e8d766616923aa52f667da654920fd216a198a08351b0b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ccd9952eb351b7a1e8d766616923aa52f667da654920fd216a198a08351b0b4, en de alinea staat in dat document op bytes 20388 tot 20823.