Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2013

Onder 03.09.17 Hoge Raad 15 oktober 2013

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963.

U vraagt mij waar [betrokkene 1] was toen hij [verdachte] vroeg zachter te praten. Nadat er iets over [betrokkene 1] zijn moeder is gezegd, is [betrokkene 1] vanachter de balie vandaan gekomen en is hij bij de eettafel gaan staan op ongeveer een halve meter afstand. Op het moment dat [betrokkene 1] zei dat hij weg moest, is [verdachte] opgestaan. Ik zag dat [betrokkene 1] op een gegeven moment zijn hand op zijn nek had. Ik zag bloed. Hij heeft gezegd dat de politie gebeld moest worden. Er waren drie mensen in de zaak die [betrokkene 1] gingen helpen. [verdachte] probeerde hem weer te steken. Dit heb ik gezien. Ik heb niet precies gezien van welke kant [verdachte] stak, maar het mes ging in de richting van de hals van [betrokkene 1]. [verdachte] is een lang persoon. [verdachte] is bijna zo lang als [betrokkene 1]. Ik denk dat [betrokkene 1] ongeveer twee meter is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0f445aca55a4440ac910a85101665b5aefb79103e33354dabf77da5b8a1dc21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0f445aca55a4440ac910a85101665b5aefb79103e33354dabf77da5b8a1dc21, en de alinea staat in dat document op bytes 19914 tot 20802.