Citaat | Hoge Raad 8 maart 2013

Alinea 30 Hoge Raad 8 maart 2013

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5378.

3.3.2. De middelen II en III voeren voorts aan dat het Hof ten onrechte zijn beoordeling heeft gebaseerd op het vonnis van de rechtbank te Arnhem (strafkamer). De middelen slagen ook in zoverre. Belanghebbende heeft in hoger beroep bescheiden overgelegd om te bewijzen dat zij het nultarief terecht heeft toegepast. Over die schriftelijke stukken heeft de rechtbank te Arnhem (strafkamer) volgens belanghebbende bij het wijzen van haar vonnis niet beschikt. Uit 's Hofs uitspraak blijkt niet dat het Hof bij zijn beoordeling van de feiten vorenbedoelde, in hoger beroep overgelegde stukken heeft betrokken. Zo dit laatste het geval is geweest, had het Hof nader moeten motiveren waarom de overgelegde stukken niet tot een ander oordeel hebben geleid. 's Hofs uitspraak is in zoverre eveneens onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7fb01d358373e8a909565fed9017910b10c4b3e94b5ae3c9a0bc0af3b6bcd19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7fb01d358373e8a909565fed9017910b10c4b3e94b5ae3c9a0bc0af3b6bcd19, en de alinea staat in dat document op bytes 13151 tot 13980.