Citaat | Hoge Raad 8 maart 2013

Alinea 39 Hoge Raad 8 maart 2013

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5378.

De vraag rijst of de nationale autoriteiten en rechterlijke instanties de toepassing van de vrijstelling dienen te weigeren wanneer op basis van objectieve gegevens vaststaat dat sprake is van fraude of misbruik en de belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij daaraan deelnam, ook indien de nationale wet niet erin voorziet de vrijstelling te weigeren. Met andere woorden, heeft het in de bedoelde arresten van het Hof van Justitie neergelegde beginsel van Europees recht dat een belastingplichtige die betrokken is bij btw-fraude of misbruik geen recht kan doen gelden op de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen en het recht op aftrek, rechtstreekse werking?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7fb01d358373e8a909565fed9017910b10c4b3e94b5ae3c9a0bc0af3b6bcd19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7fb01d358373e8a909565fed9017910b10c4b3e94b5ae3c9a0bc0af3b6bcd19, en de alinea staat in dat document op bytes 17904 tot 18597.