Citaat | Hoge Raad 18 januari 2013

Alinea 41 Hoge Raad 18 januari 2013

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0572.

3.4 In cassatie komt de vader uitsluitend op tegen deze proceskostenveroordeling. Hij bestrijdt niet het oordeel van het hof dat sprake is van misbruik van procesrecht. Volgens het middel kan de rechter in verzoekschrift-procedures weliswaar op de voet van art. 289 Rv (in hoger beroep: in verbinding met art. 362 Rv) een proceskosten-veroordeling uitspreken, maar daarbij zou blijkens de wetsgeschiedenis van art. 429j lid 3 (oud) Rv (de voorloper van het huidige art. 289 Rv) aansluiting moeten worden gezocht bij de regeling voor contentieuze procedures, zodat slechts plaats is voor een kostenveroordeling indien sprake is van een "duidelijke tegenpartij" (het middel verwijst hiertoe naar Kamerstukken II, 1963-1964, 7753, nr. 5, p. 4). Daarom zou een proceskostenveroordeling op de voet van art. 289 Rv alleen ten gunste van de 'verweerder' (in dit geval: de Raad) uitgesproken kunnen worden, maar niet ten gunste van (andere) belanghebbenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf, en de alinea staat in dat document op bytes 10784 tot 11746.