Citaat | Hoge Raad 18 januari 2013
Alinea 42 Hoge Raad 18 januari 2013
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0572.
3.5 Dit betoog berust op een onjuiste rechtsopvatting. In verzoekschriftprocedures worden volgens de wet de verzoeker(s) en de belanghebbende(n) als procespartijen aangemerkt. Aan alle belanghebbenden worden een afschrift van het verzoekschrift en een oproeping voor de zitting toegezonden (art. 279 lid 1 en 2 Rv), en zij hebben allen het recht een verweerschrift in te dienen (art. 282 lid 1 Rv). Hun komt het recht toe bij dat verweerschrift een zelfstandig verzoek te doen dat betrekking moet hebben op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek, maar dat zich niet behoeft te richten tegen de verzoeker, doch ook gericht kan zijn tegen andere belanghebbenden (art. 282 lid 4 Rv). De belanghebbenden mogen voorts tegen de eindbeschikking hoger beroep instellen (art. 358 lid 2 Rv) dan wel in hoger beroep een verweerschrift indienen (art. 361 lid 3 Rv), bij welk verweerschrift zij ook incidenteel hoger beroep mogen instellen (art. 358 lid 5 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf, en de alinea staat in dat document op bytes 11785 tot 12753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf | shasum -a 256