Citaat | Hoge Raad 18 januari 2013
Alinea 43 Hoge Raad 18 januari 2013
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0572.
Omdat aldus bij verzoekschriftprocedures ook belanghebbenden onderling in zeker opzicht tegenover elkaar kunnen komen te staan, is de rechter op de voet van art. 289 Rv bevoegd ten gunste van elke partij een proceskostenveroordeling uit te spreken ten laste van een andere partij, indien laatstbedoelde partij ten opzichte van eerstgenoemde partij kan worden aangemerkt als in het ongelijk gesteld. Of in een bepaald geval aanleiding tot zodanige veroordeling bestaat, en zo ja, ten gunste van welke belanghebbende(n), is aan het inzicht van de feitenrechter overgelaten. Het oordeel van het hof dat de vader in dit geval is aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij, ook ten opzichte van de moeder, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf, en de alinea staat in dat document op bytes 12761 tot 13535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa8db1c84c25b0bc6c420c89e925894fbbd9b7e7cc5a2d1e510d65ebee54d9cf | shasum -a 256