Citaat | Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 46 Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2640.
3.2 In de onderhavige (vrijwarings)procedure vordert [eiser] de veroordeling van [verweerders] tot betaling van al hetgeen waartoe [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens de Rabobank zal worden veroordeeld. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. Daartoe oordeelde zij dat tussen partijen met de ondertekening van de intentieverklaring een overeenkomst tot stand is gekomen die partijen bindt; en voorts dat het beroep van [verweerders] op de in de verklaring opgenomen ontbindende voorwaarde faalt omdat zij onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de omzet van Atepro Tilburg onder de in de voorwaarde bedoelde grens bleef. De stelling van [eiser] dat hij als gevolg van misbruik van omstandigheden door [verweerders] akkoord is gegaan met de ontbindende voorwaarde, is door de rechtbank gepasseerd als onvoldoende geconcretiseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fa0f9aafc266d59938d635e57c7570c501baefdb7bbe9b917c71b068fc28d33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fa0f9aafc266d59938d635e57c7570c501baefdb7bbe9b917c71b068fc28d33, en de alinea staat in dat document op bytes 11406 tot 12265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fa0f9aafc266d59938d635e57c7570c501baefdb7bbe9b917c71b068fc28d33 | shasum -a 256