Citaat | Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 58 Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4889.
3.4 Het geding voor de voorzieningenrechter is terug te voeren op een verschil van inzicht over de uitleg van het arrest HR 26 juni 1992, LJN ZC0646, NJ 1993/449 (Rabobank/Visser). De deurwaarder is van mening dat uit dat arrest volgt dat de rechtsverhouding tussen partijen in de akte zelf moet zijn omschreven, en dat de rechten en plichten daarin zodanig moeten zijn omschreven dat duidelijk is voor welke vorderingen de executie plaatsvindt, hetgeen met de onderhavige akte niet het geval is. Rabobank c.s. stellen zich op het standpunt dat de akte mede betrekking heeft op de ten tijde van het verlijden van de akte reeds bestaande vorderingen uit hoofde van de drie geldleningen, dat beide partijen daarvan op de hoogte waren, en dat de vorderingen voldoende in de akte zijn omschreven door de woorden
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb7cd81340d09218e40eeb5acec4b5b60d8420271db087eb1c2cfe208b5ba51c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb7cd81340d09218e40eeb5acec4b5b60d8420271db087eb1c2cfe208b5ba51c, en de alinea staat in dat document op bytes 14189 tot 15010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb7cd81340d09218e40eeb5acec4b5b60d8420271db087eb1c2cfe208b5ba51c | shasum -a 256