Citaat | Hoge Raad 19 februari 2013

Alinea 34 Hoge Raad 19 februari 2013

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321.

8. Dat woningen door opsporingsambtenaren niet mogen worden betreden anders dan met toestemming van een bewoner of met machtiging van een bevoegde autoriteit moet als een belangrijk strafvorderlijk voorschrift worden beschouwd. Het dient immers rechtstreeks ter bescherming van het grondwettelijk gewaarborgde huisrecht. Dit voorschrift strekt daarmee ook ter bescherming van de rechten van de verdachte. Door zonder toestemming van een bewoner en zonder machtiging van een bevoegde autoriteit zijn woning te betreden, is derhalve zowel - en naar het oordeel van het hof ook: in aanzienlijke mate - inbreuk gemaakt op een belangrijk strafvorderlijk voorschrift, als op de door dat voorschrift gewaarborgde belangen van de verdachte. Deze inbreuk is ook verwijtbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1, en de alinea staat in dat document op bytes 15892 tot 16670.