Citaat | Hoge Raad 19 februari 2013
Alinea 83 Hoge Raad 19 februari 2013
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321.
In het hier bedoelde geval komt toepassing van bewijsuitsluiting slechts in aanmerking indien aannemelijk is geworden dat die toepassing in de gegeven omstandigheden daadwerkelijk de beoogde normerende werking op de praktijk van opsporing en vervolging zal hebben, waarbij van belang kan zijn wat de oorzaak van het vormverzuim is en wat (reeds) door de verantwoordelijke autoriteiten ter voorkoming van overtreding van het bewuste voorschrift is ondernomen. In het geval zodanig preventief effect op zichzelf is te verwachten, moet worden onderzocht of in de gegeven omstandigheden toepassing van bewijsuitsluiting opweegt tegen de daarvan te verwachten negatieve effecten en of aldus niet op onaanvaardbare wijze afbreuk wordt gedaan aan zwaarwegende belangen als de waarheidsvinding en de bestraffing van de dader van een - mogelijk zeer ernstig - strafbaar feit, alsmede in voorkomend geval aan de rechten van slachtoffers of hun nabestaanden, mede gelet op uit het EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen tot effectieve bestraffing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1, en de alinea staat in dat document op bytes 34050 tot 35105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1 | shasum -a 256