Citaat | Hoge Raad 19 februari 2013
Alinea 95 Hoge Raad 19 februari 2013
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321.
2.7.4. Het Hof heeft bij zijn beoordeling van de ernst van het onderhavige vormverzuim dit verzuim zonder meer gelijkgesteld aan een vormverzuim waarvan sprake zou zijn geweest indien door opsporingsambtenaren aan wie in het geheel geen machtiging tot binnentreden is afgegeven zonder toestemming is binnengetreden in een woning. Dit oordeel is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, nu laatstbedoeld verzuim ernstiger is in verband met het in een rechtsstaat wezenlijke aspect dat vertegenwoordigers van de uitvoerende macht zich in verband met te maken inbreuken op grondrechten van burgers in voorkomende gevallen onderwerpen aan de wettelijk bepaalde voorafgaande controle door een hogere autoriteit. Bij het bepalen van de ernst van het verzuim kan ook van belang zijn of de desbetreffende opsporingsambtenaren te goeder trouw erop mochten afgaan dat de hun verstrekte machtiging door een bevoegde hulpofficier van justitie was afgegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1, en de alinea staat in dat document op bytes 40962 tot 41923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0e99cc05dcf2423ce38f2b2f6f814fd3546086eb67490fc03656ae281fd73c1 | shasum -a 256